Klik hier voor meer informatie over het landschap of klik op een stakeholder voor meer informatie daarover!

Overheid

De NZa houdt toezicht op de zorgmarkt. Ze doet dit onder andere door het opstellen van zorgprestaties en het bepalen van tarieven. Pas als een eHealth-toepassing naar een prestatie is ‘vertaald’ dan mag de betreffende zorg worden aangeboden en in rekening worden gebracht.


Het CVZ beheert het pakket van verzekerde zorg. Het adviseert over de samenstelling van het basispakket en verduidelijkt welke zorg tot het basispakket behoort. Het CVZ volgt de principes van ‘evidence based medicine’ bij de beoordeling welke zorg zou moeten worden toegelaten tot het basispakket (en dus vergoed moet worden door de zorgverzekeraars).

Voor de NZa is het belangrijk dat er voldoende draagvlak is voor de aanvraag van een nieuwe zorgprestatie. Alléén partijen zoals zorgaanbieders en zorgverzekeraars mogen een nieuwe zorgprestatie aanvragen. Om innovatie te versnellen heeft de NZa twee regelingen ingesteld:

  • Door de ‘beleidsregels innovatie’ kan er een tijdelijke prestatie opgesteld worden, zodat een nieuwe toepassing enkele jaren kleinschalig geëvalueerd kan worden in de praktijk.
  • Dankzij ‘facultatieve prestaties’ kunnen zorgaanbieders en zorgverzekeraars ook onderling een nieuwe prestatie afspreken en indienen bij de NZa.
Het CVZ heeft als belang dat het basispakket voorziet in zorg die noodzakelijk is, en dat de gezondheidszorg toegankelijk en betaalbaar is. Om zorgvuldige afwegingen te kunnen maken, hanteert het CVZ vier ‘pakketprincipes’: noodzakelijkheid (is opname in het pakket maatschappelijk gerechtvaardigd), effectiviteit (is de zorg doeltreffend), kosteneffectiviteit (is de verhouding kosten-baten acceptabel), en uitvoerbaarheid (is opname in het pakket haalbaar en houdbaar)

Bij de beoordeling van een nieuwe zorgprestatie toetst het CVZ de zorg aan twee wettelijke criteria:

• ‘Plegen te bieden’, oftewel draagvlak bij de beroepsgroep: dit houdt in dat de beroepsgroep de zorg tot het aanvaarde arsenaal rekent, en dat de zorg wordt geleverd op een wijze die de beroepsgroep als professioneel juist beschouwt. Dit kan meestal worden vastgesteld aan de hand van de richtlijnen en standaarden van de beroepsgroep.
• ‘Stand van de wetenschap en praktijk’, oftewel wetenschappelijke verantwoording: het CVZ volgt hierbij de principes van ‘evidence based medicine’, waarbij medisch−wetenschappelijke gegevens met een zo hoog mogelijke bewijskracht nodig zijn.

Bewijslast (‘evidence’) met betrekking tot het laatste punt zal typisch worden verzameld door middel van een wetenschappelijk correct opgezette clinical trial (zoals een RCT). Schakel hiervoor experts in.